ECLI:NL:CRVB:2008:BD6290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- T. Hoogenboom
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, voormalig stratenmaker en later schoonmaker, viel uit wegens rug- en handklachten en ontving aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV herzag deze uitkering per 1 mei 2002 naar 35-45% op basis van een belastbaarheidspatroon opgesteld door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige.
Appellant bracht medische rapporten in, waaronder van orthopedisch chirurg Van der Ham en revalidatieartsen Huiskens en Lindenhoff, die een ernstiger beperking stelden. De rechtbank en de Raad hechten echter doorslaggevende waarde aan het onafhankelijke rapport van orthopedisch chirurg Schrik, die op basis van eigen onderzoek en dossierstudie concludeerde dat appellant in staat was om de geselecteerde functies te verrichten.
De Raad overweegt dat de beperkingen passend zijn opgenomen in het belastbaarheidspatroon en dat de arbeidsdeskundige en verzekeringsarts voldoende gemotiveerd hebben waarom de functies geschikt zijn. De latere medische rapporten konden het oordeel over de situatie per 1 mei 2002 niet ondermijnen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, en er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.