ECLI:NL:CRVB:2008:BD6350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning gedeeltelijke WAO-uitkering en onderkenning beperkingen
Appellant, voormalig vorkheftruckchauffeur, kreeg een gedeeltelijke WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35 procent. Hij betwistte dat zijn beperkingen voldoende waren erkend en dat de geselecteerde functies passend waren.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek, inclusief het opstellen van een Functionele Mogelijkhedenlijst en aanvullend arbeidskundig onderzoek, adequaat was. De bezwaarverzekeringsarts mocht volstaan met dossieronderzoek en het bijwonen van de hoorzitting. De Raad vond geen aanleiding om de medische conclusies over de aard en ernst van de psychische en fysieke beperkingen te betwijfelen.
Ook de arbeidskundige onderbouwing werd als toereikend beoordeeld, waarbij de geselecteerde functies passend werden geacht ondanks de beperkingen van appellant. De Raad verwierp het betoog dat de werkzaamheden onaanvaardbare veiligheidsrisico's zouden inhouden.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, met een verbetering van de gronden. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De toekenning van een gedeeltelijke WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 25-35% wordt bevestigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.