ECLI:NL:CRVB:2008:BD6351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang en vaststelling gedifferentieerde WAO-premie na fusies en splitsingen
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar over de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie voor de jaren 2000 tot en met 2003. Betrokkene, een stichting die is ontstaan uit fusies en splitsingen van eerdere organisaties, maakte bezwaar tegen de wijze waarop appellant de WAO-premie had vastgesteld, met name de toepassing van het overgangspercentage van een deel van een onderneming.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en de besluiten van appellant vernietigd, omdat appellant ten onrechte de getrapte besluitvorming had toegepast en de bezwaarprocedure meerdere keren had doorlopen, wat in strijd was met de Awb. Tevens oordeelde de rechtbank dat appellant onjuist was uitgegaan van de overgang van een deel van een onderneming in plaats van de instelling als zelfstandige onderneming te beschouwen.
De Raad stelt vast dat appellant in hoger beroep slechts het standpunt verdedigt dat hij met de besluiten van december 2006 en januari 2007 volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van betrokkene, hetgeen de Raad niet kan volgen. De Raad bevestigt dat appellant niet volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren en dat de rechtbank het beroep van betrokkene terecht inhoudelijk heeft behandeld. De Raad veroordeelt appellant tot betaling van proceskosten van € 644,-.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant niet volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren en veroordeelt appellant tot betaling van proceskosten.