ECLI:NL:CRVB:2008:BD6364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- T. Hoogenboom
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidskundige component en medische grondslag bij WAO-uitkeringsweigering
Betrokkene, voormalig verkoper, meldde zich ziek in verband met pijnklachten na liesbreukoperaties. Het UWV weigerde een WAO-uitkering toe te kennen per 9 september 2003. Bij het bestreden besluit van 7 september 2005 werd dit bezwaar ongegrond verklaard, gebaseerd op een medische beoordeling en een arbeidsdeskundig onderzoek.
Betrokkene stelde in hoger beroep dat zijn lichamelijke en psychische beperkingen waren onderschat, onderbouwd met rapporten van psychologen. De rechtbank vernietigde het arbeidskundige deel van het besluit, maar handhaafde het overige. Het UWV ging tegen dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat de arbeidskundige component niet als zelfstandig deelbesluit kan worden aangemerkt en vernietigt daarom het oordeel van de rechtbank. De medische grondslag wordt bevestigd, waarbij de Raad geen aanwijzingen vond om het oordeel van de verzekeringsarts te verwerpen. Ook het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel door betrokkene wordt afgewezen.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het arbeidskundige deel is vernietigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand, met vernietiging van de gedeeltelijke vernietiging van het arbeidskundige deel door de rechtbank.