ECLI:NL:CRVB:2008:BD6374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks betwisting medische en arbeidskundige grondslag
Appellante, werkzaam als activiteitenbegeleidster, meldde zich ziek met fibromyalgie en chronische vermoeidheid en ontving vanaf 2002 een WAO-uitkering. Na herbeoordelingen en bezwaarprocedures werd de uitkering ingetrokken wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing van haar arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar lichamelijke en psychische klachten ernstiger waren dan aangenomen en dat zij volledig arbeidsongeschikt was. Diverse medische rapporten, waaronder van psychologen en een psychiater, werden overgelegd. Het UWV en de Raad concludeerden echter dat de medische en arbeidskundige grondslagen voor intrekking standhielden.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht geen niet-ontvankelijkheid had uitgesproken voor het bezwaar tegen de aanzegbrief en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. De medische rapporten boden geen aanleiding tot een ander oordeel en de arbeidskundige motivering was voldoende. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.