ECLI:NL:CRVB:2008:BD6584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks betwisting medische en arbeidskundige gronden
Appellant ging in hoger beroep tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij hij stelde dat zijn psychische klachten en pijnklachten onvoldoende waren meegewogen en dat zijn taalvaardigheid onvoldoende was beoordeeld. De rechtbank had geoordeeld dat de arbeidsongeschiktheidsschatting was gebaseerd op een zorgvuldig medisch onderzoek en dat appellant binnen zes maanden de Nederlandse taal mondeling kon beheersen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische beperkingen en lichte zwakzinnigheid onderschat waren, en dat het tempo in de functies te hoog was. Ook stelde hij dat het niet realistisch was dat hij binnen zes maanden de taal zou leren. De Raad overwoog dat het tempo in de functies niet hoog is en dat appellant voldoende taalvaardigheid bezit, mede gelet op zijn langdurige verblijf en werkervaring in Nederland.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische en arbeidskundige gronden voldoende zijn en zag geen aanleiding voor een ander oordeel op basis van de nieuwe medische informatie. De betwisting van appellant over lichte zwakzinnigheid werd verworpen vanwege het ontbreken van medische onderbouwing. De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de medische en arbeidskundige gronden voldoende zijn onderbouwd.