ECLI:NL:CRVB:2008:BD6605
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 wegens onvoldoende verminderd functioneren
Appellante, geboren in 1938 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in december 2005 een aanvraag in voor een periodieke uitkering en bijzondere voorzieningen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. De Pensioen- en Uitkeringsraad oordeelde in januari 2007 dat appellante niet als vervolgd kon worden aangemerkt, maar wel als gelijkgestelde vanwege psychische klachten gerelateerd aan het omkomen van haar vader tijdens de oorlog.
De Raad weigerde de periodieke uitkering omdat de psychische klachten niet tot een verminderd functioneren leidden ten opzichte van leeftijdsgenoten. Ook werden voorzieningen voor acupunctuur, gebitsrehabilitatie en fitness geweigerd omdat deze verband hielden met lichamelijke klachten die niet gerelateerd waren aan de oorlogsomstandigheden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit standpunt op basis van medische adviezen en een psychiatrisch rapport. De psychische beperkingen waren onvoldoende ernstig om aanspraak te maken op een uitkering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat haar psychische klachten niet leiden tot een verminderd functioneren dat recht geeft op een periodieke uitkering.