ECLI:NL:CRVB:2008:BD6607
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van Wet uitkeringen burger-oorlogsslacht-offers 1940-1945
Appellante, geboren in 1940 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft meerdere keren een aanvraag ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslacht-offers 1940-1945. Deze aanvragen zijn telkens afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat zij is getroffen door oorlogsgeweld zoals omschreven in de wet.
In de procedure heeft appellante gewezen op haar ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode, waaronder verblijf in een vrouwenkamp en de moeilijke omstandigheden als kind. De Raad stelt vast dat deze omstandigheden het gevolg zijn van algemene oorlogsomstandigheden waaraan velen blootstonden en niet onder de specifieke in de wet genoemde oorlogsgeweldsituaties vallen.
De Raad oordeelt dat appellante geen relevante nieuwe feiten of gegevens heeft aangevoerd die aanleiding geven tot herziening van eerdere besluiten. Daarom is het beroep ongegrond verklaard. Tevens is geen vergoeding van proceskosten toegekend op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot herziening van het besluit wordt afgewezen wegens ontbreken van relevante nieuwe gegevens.