ECLI:NL:CRVB:2008:BD6806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en onvoldoende gemotiveerde geschiktheid functies
Betrokkene, maatschappelijk werkster, viel uit wegens chronisch eczeem en psychische klachten en ontving een WAO-uitkering. Het UWV herzag de uitkering naar een lager arbeidsongeschiktheidspercentage, gebaseerd op een selectie van functies die betrokkene zou kunnen vervullen.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de geschiktheid van deze functies onvoldoende was gemotiveerd, met name vanwege de beperkingen van betrokkene op het gebied van voorspelbare werksituaties zonder storingen en onderbrekingen. Het UWV stelde in hoger beroep dat de geschiktheid wel voldoende was onderbouwd, ondersteund door een arbeidskundig rapport.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de arbeidskundige grondslag ondeugdelijk was omdat de bezwaararbeidsdeskundige onvoldoende rekening hield met de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en geen overleg voerde met de verzekeringsarts over de werkomstandigheden. Hierdoor is de geschiktheid van de functies niet adequaat toegelicht en wordt het hoger beroep afgewezen.
De Raad bevestigde het vernietigende vonnis van de rechtbank en veroordeelde het UWV in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen wegens onvoldoende gemotiveerde geschiktheid van functies.