ECLI:NL:CRVB:2008:BD6949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering met vaststelling arbeidsongeschiktheid tussen 15 en 25 procent
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien en de mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen op 15 tot 25 procent met een herzieningsdatum van 9 mei 2006. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit.
De Centrale Raad van Beroep toetste het oordeel van de rechtbank en stelde zich achter de overwegingen dat het besluit gebaseerd is op een toereikende medische en arbeidskundige onderbouwing. Hoewel appellant bezwaar maakte tegen het onderzoek door een arts zonder afgeronde opleiding tot verzekeringsarts, trok hij deze grief in na een aanvullend onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts.
De Raad nam kennis van de reumatologische klachten en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waarin beperkingen voor knie- en rugbelasting zijn opgenomen. De Raad vond dat de FML voldoende rekening hield met de klachten, mede omdat de reumatoloog zijn opmerkingen niet nader had onderbouwd. De arbeidskundige rapporten ondersteunden dat de geselecteerde functies passend waren binnen de beperkingen.
De Raad zag geen aanleiding voor nader deskundigenonderzoek en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25 procent en gewijzigde herzieningsdatum wordt bevestigd.