ECLI:NL:CRVB:2008:BD7166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks geschil over medische grondslag en functiegeschiktheid
Appellant, werkzaam als heftruckchauffeur en spoeler, meldde zich in 2000 arbeidsongeschikt vanwege klachten aan enkels en knieën. Na toekenning van een WAO-uitkering werd deze in 2005 herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid op basis van medische onderzoeken en een arbeidsdeskundig rapport.
Het UWV nam in 2006 een nieuw besluit na bezwaar, waarbij de uitkering werd aangepast naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, omdat dit laatste besluit voldoende medische en arbeidskundige grondslag had.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medische onderzoek niet zorgvuldig was en dat de geduide functies ongeschikt waren. De Raad oordeelde echter dat het medisch onderzoek actueel en zorgvuldig was, mede omdat appellant geen verslechtering aannemelijk had gemaakt en het lichamelijk onderzoek op 1 augustus 2005 was geweigerd door appellant zelf. Ook achtte de Raad de functies medisch geschikt.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien om appellant in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.