ECLI:NL:CRVB:2008:BD7170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende motivering medische geschiktheid functies
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem geen WAZ-uitkering toe te kennen vanaf 6 december 2004, omdat hij volgens het UWV geschikt was voor bepaalde functies ondanks beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag correct was vastgesteld, het aantal uren in de maatmanfunctie juist was bepaald en dat het besluit op een deugdelijke medische grondslag was gebaseerd. De rechtbank vond dat appellant voldeed aan de opleidingseisen voor de functies.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft grotendeels de feiten en de vaststellingen van de rechtbank, maar oordeelt dat het bestreden besluit niet voldeed aan de vereiste deugdelijke motivering volgens artikel 7:12 Awb Pro. Met het in hoger beroep ingediende rapport is alsnog aan die eis voldaan. Daarom vernietigt de Raad het besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.