ECLI:NL:CRVB:2008:BD7201

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-2357 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.A.A.G. Vermeulen
  • J.Th. Wolleswinkel
  • G.F. Walgemoed
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging rechterlijke terughoudendheid bij functiewaardering ambtenaar

Appellant, secretaris van de commissie voor bezwaar en beroep bij een gemeentelijke afdeling Sociale Zaken, betwistte de functiewaardering die zijn functie indelde in functierang GA9 met scores voor secundaire factoren. Na bezwaar handhaafde het college het besluit, waarbij een score van 3 punten voor handelingsvrijheid werd toegekend.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, wat in hoger beroep werd bevestigd door de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de rechtbank de juiste, terughoudende maatstaf had toegepast bij de toetsing van de functiewaardering. De functiebeschrijving bood geen grondslag voor hogere scores op de criteria functionele vorming, handelingsvrijheid en keuzemogelijkheden.

Daarnaast verwierp de Raad het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat de functies niet gelijkwaardig zijn en het gebruikte ODRP-systeem geen vergelijking van functies als basis heeft. De Raad zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot functiewaardering met de toegekende scores en wijst het beroep van appellant af.

Uitspraak

07/2357 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 12 april 2007, 05/1146 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente] (hierna: college)
Datum uitspraak: 3 juli 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 mei 2008. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.J. Boiten, advocaat te Zwolle, en drs. K.J. Vos en G. Hilbrands, beiden werkzaam bij de gemeente [naam gemeente] (hierna: gemeente).
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een uitgebreid overzicht van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
1.1. Appellant vervult in de gemeente de functie van secretaris van de commissie voor bezwaar en beroep ten behoeve van de afdeling Sociale Zaken. Hij wordt bezoldigd naar functierang GA9.
1.2. Op verzoek van appellant is van zijn functie een nieuwe beschrijving opgesteld, op basis waarvan met toepassing van de Procedure-regeling functiewaardering gemeente [naam gemeente] 1994 en het ODRP-functiewaarderingssysteem 1992, de functie is gewaardeerd op hoofdgroep IV met 10 punten voor de zogenoemde secundaire factoren (hierna ook: criteria). Voor de criteria functionele vorming, handelingsvrijheid en keuzemogelijkheden zijn daarbij respectievelijk 2, 2 en 3 punten toegekend. De functie is ingedeeld (gebleven) in functierang GA9. Na bezwaar heeft het college dit besluit gehandhaafd bij besluit van 15 augustus 2005 (hierna: bestreden besluit), zij het dat voor het criterium handelingsvrijheid een score van 3 punten is toegekend, zodat de functie is gewaardeerd op hoofdgroep IV met 11 punten voor de secundaire factoren.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft in hoger beroep uiteengezet dat hij het onjuist acht dat de rechtbank zijn beroep met betrekking tot de onder 1.2 genoemde criteria ongegrond heeft verklaard. Hij is van opvatting dat de score voor elk van die criteria moet worden bepaald op 4 punten, zodat de waardering uitkomt op hoofdgroep IV met 15 punten voor de secundaire factoren, hetgeen leidt tot indeling in functierang 10a. Daarmee zou die waardering zijns inziens terecht gelijk zijn aan die van de secretaris van de Algemene commissie voor bezwaar en beroep in de gemeente.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. Hij stelt met betrekking tot de rechterlijke toetsing van de scores voor de in geding zijnde criteria voorop dat de rechtbank de juiste, terughoudende maatstaf heeft aangelegd. Hij volstaat met verwijzing naar zijn uitspraak van 10 februari 2000,
LJN AA5182 en TAR 2000, 49.
4.2. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank met betrekking tot de score voor het criterium functionele vorming op goede gronden overwogen dat het (beperkte) werk-terrein van de functie en het ontbreken van leidinggevende taken in de betekenis van het ODRP-systeem geen verdergaande functionele vorming vergen dan tot uitdrukking wordt gebracht met een score van 2 punten. Er zijn immers onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat voor een normaal goede vervulling van de functie naast de uit de hoofdgroepindeling voortvloeiende ongeveer 3 jaar niet meetellende ervaring, meer dan
2 jaar (extra) school- en / of praktijkopleiding is vereist. Het standpunt van het college dat binnen die ongeveer 5 jaar voldoende kennis en ervaring kan worden opgedaan op het gebied van de toe te passen wetgeving en op andere vakgebieden, acht (ook) de Raad niet onhoudbaar. Uit de functiebeschrijving kan niet worden afgeleid dat van de secretaris zelfstandige kennis op het gebied van de accountancy vereist is. Waar onbestreden is dat voor het criterium leidinggeven 0 punten worden gescoord, kan waardering van kennis die nodig is om leiding te kunnen geven, achterwege blijven.
4.3. De Raad is van oordeel dat appellant met een score van 3 punten voor het criterium handelingsvrijheid niet tekort is gedaan. Anders dan appellant stelt, kan uit de functie-beschrijving niet worden afgeleid dat de beoordeling / toetsing van appellants werk of werkresultaat slechts kan plaatsvinden op grond van uitwerking in de praktijk. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de secretaris, die geen lid is van de commissie voor bezwaar en beroep, niet mede verantwoordelijk is voor de inhoud van een advies. Dat volgt ook niet uit het voorschrift dat de secretaris een advies samen met de voorzitter ondertekent.
4.4. De rechtbank heeft eveneens op goede gronden geoordeeld dat de functiebeschrijving geen basis biedt voor het standpunt van appellant dat het tot de taak van de secretaris behoort nieuwe oplossingen te ontwerpen in de sfeer van beleid. De door appellant ter zitting gegeven voorbeelden van notities die hij enkele keren per jaar schrijft, betreffen oplosingen voor problemen in de uitvoeringssfeer. Zij liggen niet in de sfeer van beleid, waarvan, blijkens het ODRP-systeem, kenmerken zijn: visie ontwikkelen voor langere termijn, breed terrein, grensoverschrijdend naar andere vakdisciplines. De weigering van het college om voor het criterium keuzemogelijkheden een score van meer dan 3 punten toe te kennen, acht de Raad dan ook zeker niet onhoudbaar.
4.5. Met betrekking tot het beroep van appellant op het gelijkheidsbeginsel, in die zin dat zijn functie op het zelfde niveau gewaardeerd behoort te worden als de functie van de secretaris van de Algemene commissie, overweegt de Raad dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat hier geen sprake is van gelijke functies. De afwijzing door het college van het beroep op het gelijkheidsbeginsel vindt verder steun in het ODRP-systeem, dat niet is gebaseerd op vergelijking van functies. Tot slot is niet aannemelijk gemaakt dat het college dat systeem inconsistent heeft toegepast.
5. De Raad komt op grond van het bovenstaande tot de slotsom dat de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit terecht ongegrond heeft verklaard, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
6. De Raad ziet tot slot geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en G.F. Walgemoed als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2008.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) M.B. de Gooijer.
HD