ECLI:NL:CRVB:2008:BD7458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering, welke was gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard wegens een motiveringsgebrek in het besluit, waarna het UWV een nader besluit nam dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het nader besluit betrokken en overwogen dat de bezwaarverzekeringsarts de medische beperkingen van appellante adequaat en inzichtelijk heeft gemotiveerd. De Raad concludeerde dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) een juiste weergave geeft van de beperkingen en dat de belastbaarheid van appellante niet is overschat.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het oorspronkelijke besluit onvoldoende was gemotiveerd, maar oordeelde dat het nadere besluit dit gebrek heeft opgeheven. Het beroep tegen het nadere besluit werd ongegrond verklaard, waarbij tevens het verzoek om schadevergoeding en proceskosten werd afgewezen. De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand.