Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2008:BD7546

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/6732 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • M.A. Hoogeveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na de uitspraak van de rechtbank was ingediend.

Appellante heeft hiertegen verzet gedaan, stellende dat er omstandigheden waren die haar verzuim konden rechtvaardigen. Tijdens de zitting op 5 juni 2008 verschenen partijen niet, maar het Uwv werd met bericht opgeroepen.

De Raad heeft overwogen dat de aangevoerde omstandigheden in het verzetschrift onvoldoende aanknopingspunten boden om het eerdere oordeel te wijzigen. Er was geen bewijs dat appellante het beroepschrift tijdig per post had bezorgd of dat er gegronde redenen waren voor het verzuim.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door M.A. Hoogeveen, in aanwezigheid van griffier P. Boer, op 16 juli 2008.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

07/6732 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Naam appellante], wonende te [woonplaats], Duitsland (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 augustus 2007, 05/5442 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 27 februari 2008 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft appellante verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 juni 2008. Partijen - het Uwv met bericht - zijn niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 27 februari 2008 berust hierop, dat het hoger beroepschrift niet binnen de termijn van zes weken na de bekendmaking van de uitspraak van de rechtbank is ingediend en dat niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kon worden geoordeeld dat appellante in verzuim is geweest.
De vraag is aan de orde of het hoger beroep van appellante terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De Raad is van oordeel dat de door appellante aangevoerde omstandigheden in het verzetschrift geen aanknopingspunten bevatten voor een ander oordeel dan waartoe hij bij zijn uitspraak van 27 februari 2008 is gekomen.
Uit hetgeen is aangevoerd kan de Raad niet anders afleiden dan dat appellante het beroepschrift niet tijdig per post heeft bezorgd en dat er geen redenen zijn op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2008.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) P. Boer.
RH