ECLI:NL:CRVB:2008:BD7599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet tijdig ingediend bezwaarschrift bij UWV
Appellante stelde bezwaar tegen een besluit van het UWV, maar diende het bezwaarschrift niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zes weken in. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid, omdat het bezwaarschrift niet aangetekend was verzonden en het UWV het bezwaar niet tijdig had ontvangen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de bewijslast te zwaar was en dat de termijnoverschrijding veroorzaakt werd door omstandigheden binnen de PTT, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring onterecht zou zijn. Tevens verwees zij naar artikel 6 EVRM Pro, stellende dat zij het opleggen van correctie- en boetenota’s aan rechterlijk oordeel moet kunnen onderwerpen.
De Raad oordeelde dat het niet aangetekend verzenden van het bezwaarschrift betekent dat appellante de verzending aannemelijk moet maken, hetgeen onvoldoende is gebeurd. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht is. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Bezwaarschriften van appellante zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening en niet-verschoonbare termijnoverschrijding.