ECLI:NL:CRVB:2008:BD7684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.D.F. de Moor
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en vergoeding wettelijke rente na bezwaar en hoger beroep
Appellant had een WAO-uitkering die bij herbeoordeling werd vastgesteld op een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, later herzien naar 35 tot 45% en uiteindelijk naar 80 tot 100% met ingang van 3 augustus 2003. Het Uwv verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze besluiten ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad oordeelde dat het Uwv het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente over de nabetaling niet had beslist en dat dit alsnog toegewezen moet worden. Medisch gezien vond de Raad het onderzoek en de conclusies van het Uwv zorgvuldig en juist, waarbij het gebruik van een rustspalk voor de rechterpols was betrokken. De arbeidskundige onderbouwing voor het bestreden besluit was pas in hoger beroep toereikend, waardoor het besluit deels werd vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand bleven.
Verder verwierp de Raad het bezwaar tegen de diploma-eis voor de functie van archiefmedewerker, omdat appellant over voldoende opleidingsniveau en werkervaring beschikt. De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit deels vernietigd en vergoeding van wettelijke rente en proceskosten aan appellant toegekend.