ECLI:NL:CRVB:2008:BD8047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aanvullende ontslagregeling ondanks verwijtbaar handelen werkgever
Betrokkene was sinds 1980 werkzaam bij het AMC en meldde zich in juni 2002 ziek. Na gedeeltelijke hervatting en een coachingstraject werd zij in 2004 als herplaatsingskandidaat aangewezen en uiteindelijk met ingang van januari 2005 eervol ontslagen. De rechtbank oordeelde dat het conflict dat tot ontslag leidde pas na de ziekte ontstond en dat de werkgever verwijtbaar tekort was geschoten door de weigering betrokkene in haar oude functie te laten terugkeren.
De Centrale Raad van Beroep deelt het oordeel van de rechtbank dat de arbeidsrelatie definitief verstoord is en dat de werkgever in overwegende mate heeft bijgedragen aan het conflict. De Raad oordeelt dat de negatieve kwalificaties van betrokkene pas na haar ziekte zijn ontstaan en dat er onvoldoende bewijs is voor een onwerkbare relatie voorafgaand aan de ziekte.
Hoewel het ontslag verwijtbaar is, acht de Raad het niet passend zelf een aanvullende ontslagregeling vast te stellen vanwege onvoldoende inzicht in relevante gegevens. Het hoger beroep van de werkgever wordt daarom afgewezen. Tevens wordt de werkgever veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van de werkgever wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.