ECLI:NL:CRVB:2008:BD8154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en boete wegens niet tijdig melden hernieuwde gezamenlijke huishouding AOW
Appellante ontving vanaf juli 1999 een AOW-uitkering berekend op gehuwdenbasis. Na beëindiging van de gezamenlijke huishouding in oktober 2001 werd de uitkering aangepast naar alleenstaande. In november 2004 meldde de echtgenoot van appellante via een onderzoeksformulier dat zij vanaf mei 2003 weer samenwoonden, waarop de SVB de uitkering herzag en terugvordering van te veel betaalde bedragen instelde.
Appellante voerde aan dat zij de hernieuwde samenwoning eerder had gemeld, maar kon dit niet onderbouwen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Raad onderschrijft dit oordeel. De SVB is verplicht tot terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen en er zijn geen dringende redenen om hiervan af te zien.
Daarnaast is een boete opgelegd wegens het niet binnen vier weken melden van de wijziging, wat de Raad terecht acht. Appellante kon zich niet onttrekken aan haar informatieplicht, ook niet door derden in te schakelen. De Raad bevestigt de boete van €330, die proportioneel is vastgesteld op basis van het benadelingsbedrag.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €3.223,29 en de boete van €330 wegens het niet tijdig melden van de hernieuwde gezamenlijke huishouding.