ECLI:NL:CRVB:2008:BD8286

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-6107 WSF
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen Bericht Terugbetalen 2007 van IB-Groep

Appellant stelde bezwaar in tegen het Bericht Terugbetalen 2007 van de IB-Groep, waarin de hoogte van de schuld, het rentepercentage en het maandelijkse aflossingsbedrag werden medegedeeld. De IB-Groep verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bericht geen wijziging in de bestaande vordering inhoudt en niet gericht is op een nieuw rechtsgevolg.

De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het bericht slechts de bestaande situatie weergeeft en dat de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke vordering onherroepelijk zijn vastgesteld bij een eerdere uitspraak. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het Bericht Terugbetalen 2007 geen nieuwe rechtsgevolgen teweegbrengt en dat bezwaar op grond van de Algemene wet bestuursrecht daarom niet mogelijk is. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het bezwaar tegen het Bericht Terugbetalen 2007 is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep is verworpen.

Uitspraak

07/6107 WSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Naam appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 21 september 2007, 07/857 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep)
Datum uitspraak: 18 juli 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni 2008. Appellant is niet verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. drs. E.H.A. van den Berg.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 23 maart 2005 heeft de IB-Groep ongegrond verklaard het bezwaar van appellant gericht tegen het besluit van 18 januari 2005 waarbij een vordering wegens meerinkomen over het studiefinancieringstijdvak 2001 was opgelegd.
1.2. Bij uitspraak van 5 december 2005 (geregistreerd onder nummer 05/495) heeft de rechtbank Breda het beroep van appellant gericht tegen het besluit van 23 maart 2005 wegens een gebrekkige motivering gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit zijn in stand gelaten.
2.1. Bij Bericht Terugbetalen 2007 van 6 februari 2007 heeft de IB-Groep aan appellant meegedeeld wat de hoogte van de bestaande schuld is, welk rentepercentage gehanteerd wordt en wat het maandelijkse aflossingsbedrag is.
2.2. Appellant heeft tegen dit bericht bezwaar gemaakt.
2.3. Bij besluit van 11 mei 2007 (het bestreden besluit) heeft de IB-Groep het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Daarbij heeft de IB-Groep aangegeven dat het Bericht Terugbetalen 2007 geen wijziging brengt in de bestaande vordering en in zoverre niet gericht is op enig rechtsgevolg.
2.4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank appellants beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft zij overwogen dat appellant kennelijk een oordeel wenst over de beslissing van 23 maart 2005. Hierover is echter in een eerder stadium onherroepelijk beslist. Het Bericht Terugbetalen 2007 is niet op (het teweegbrengen van een nieuw) rechtsgevolg gericht.
3.1. Appellant heeft zich niet met de aangevallen uitspraak kunnen verenigen en heeft hoger beroep ingesteld.
3.2. De Raad overweegt als volgt.
3.3. Het Bericht Terugbetalen 2007 brengt geen wijzigingen in de hoogte van de schuld met zich mee. Het bericht geeft de bestaande situatie weer. Het is in zoverre niet een op rechtsgevolg gericht besluit. Er bestaat derhalve geen mogelijkheid bezwaar te maken op grond van de Algemene wet bestuursrecht. De IB-Groep heeft dan ook terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De hoogte van de schuld is bij uitspraak van de rechtbank van 5 december 2005 in rechte vast komen te staan. Appellant heeft in deze uitspraak, waarin duidelijk is uitgelegd wat instandhouden van de rechtsgevolgen inhoudt, berust.
4. Gelet op het vorenstaande faalt het hoger beroep en dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2008.
(get.) J. Janssen.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
RB