ECLI:NL:CRVB:2008:BD8381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsaanvraag vreemdeling met lopende verblijfsprocedure
Appellant, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, diende een bijstandsaanvraag in met terugwerkende kracht tot een periode waarin de Algemene bijstandswet (Abw) nog van toepassing was. Het College van burgemeester en wethouders van Groningen wees deze aanvraag af omdat appellant niet gelijkgesteld kon worden met een Nederlander op grond van artikel 11 WWB Pro.
Appellant voerde aan dat de afwijzing onterecht was omdat de aanvraag diende te worden getoetst aan de bepalingen van de Abw, gezien de terugwerkende kracht. In hoger beroep stelde appellant dat de samenloop van de verblijfsprocedure met de weigering van bijstand in strijd was met artikel 3 EVRM Pro, dat foltering en onmenselijke of vernederende behandeling verbiedt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de weigering van bijstand niet in strijd is met artikel 3 EVRM Pro, ook niet vanwege de lopende verblijfsprocedure. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank Groningen en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag en oordeelt dat deze niet in strijd is met artikel 3 EVRM.