ECLI:NL:CRVB:2008:BD8440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, die sinds 1996 arbeidsongeschikt is, ontving een WAO-uitkering die meerdere malen werd herzien op basis van medische en arbeidskundige onderzoeken. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek in 2005 trok het UWV de WAO-uitkering per 23 juni 2005 in, wat appellant aanvocht met bezwaar en beroep.
In hoger beroep wees appellant op eerdere medische rapporten en een WSW-indicatie die een ernstige arbeidshandicap bevestigen. De Raad overwoog echter dat de bezwaararbeidsdeskundige duidelijk had aangegeven dat de beperkingen volgens de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van december 2006 geen aanleiding gaven tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid dan minder dan 15%.
De Raad stelde vast dat de WSW-indicatie een ander beoordelingskader kent en niet doorslaggevend is voor de WAO-beoordeling. De aangevoerde medische en psychische klachten werden niet onderbouwd met objectieve gegevens die een afwijkend oordeel rechtvaardigen. Het hoger beroep faalde daarmee en de intrekking van de WAO-uitkering werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 23 juni 2005 wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag.