ECLI:NL:CRVB:2008:BD8607

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-6691 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening vanwege niet-tijdige betaling griffierecht

Verzoeker heeft verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin zijn beroep tegen een besluit van het UWV niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Verzoeker overlegt een bewijs van betaling van griffierecht in oktober 2006, maar deze betaling betreft een andere procedure tegen de Sociale Verzekeringsbank.

De Raad overweegt dat deze betaling niet relevant is voor de procedure waarbij het griffierecht in 2002 niet tijdig werd voldaan. Omdat de betaling na de uitspraak van de rechtbank dateert en betrekking heeft op een andere zaak, kan dit niet leiden tot herziening van de eerdere uitspraak.

Het verzoek voldoet niet aan de voorwaarden van artikel 8:88 Awb Pro, omdat de aangevoerde feiten geen nieuwe omstandigheden zijn die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wijst het verzoek om herziening af.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht in de betreffende procedure.

Uitspraak

06/6691 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Naam verzoeker], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 juli 2006, 04/1317 TW,
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 24 juli 2008
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 14 juli 2006, 04/1317 TW.
Het Uwv heeft medegedeeld inhoudelijk verweer niet zinvol te achten.
Het geding is aan de orde gesteld op de zitting van 10 juli 2008. Partijen zijn niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a.hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b.bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c.waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij de uitspraak waarvan thans om herziening wordt verzocht, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2004, 02/3302, bevestigd. De Raad heeft daarbij overwogen dat, omdat verzoeker in (hoger) beroep geen enkele omstandigheid heeft aangevoerd die tot het oordeel zou kunnen leiden dat hij buiten staat was het griffierecht (tijdig) te betalen, de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat verzoekers beroep tegen een besluit van het Uwv van 28 maart 2002 niet ontvankelijk was omdat het griffierecht niet binnen de daarvoor gestelde termijn was betaald.
3. Ten behoeve van het thans voorliggende verzoek om herziening heeft verzoeker stukken overgelegd, waaruit blijkt dat hij in oktober 2006 € 38,-- griffierecht heeft overgemaakt op de rekening van de rechtbank Amsterdam. Blijkens deze stukken betreft dit griffierecht dat is betaald inzake een bij die rechtbank onder nummer 06/4330 lopende procedure van verzoeker tegen de Sociale verzekeringsbank.
4.1. Omdat deze betaling dateert van na de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2004 en kennelijk betrekking heeft op een heel andere procedure, kan deze op geen enkele wijze afdoen aan het oordeel dat de Raad in zijn uitspraak van 14 juli 2006 heeft uitgesproken, aangezien die uitspraak het niet (tijdig) betaalde griffierecht in 2002 inzake een procedure met nummer 02/3302 van verzoeker tegen het Uwv betreft.
4.2. Nu het door verzoeker aangevoerde niet is aan te merken als een feit of omstandigheid in de zin van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, dient het verzoek te worden afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C. de Blaeij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2008.
(get.) T.L. de Vries.
(get. ) C. de Blaeij.
OA