ECLI:NL:CRVB:2008:BD8609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van aantal verzekerde jaren voor WAO-uitkering ondanks ontbreken bewijs vóór 1987
Appellant heeft een WAO-uitkering aangevraagd naar aanleiding van arbeidsongeschiktheid vanaf oktober 2004. Het UWV kende hem aanvankelijk een uitkering toe gebaseerd op 2,5 verzekerde jaren, omdat alleen de periode van 1992 tot 1995 kon worden aangetoond.
Appellant stelde bezwaar in en voerde aan dat hij sinds 1984 verzekerd was, maar kon geen bewijsstukken overleggen voor de periode vóór 1987, omdat het UWV deze niet langer dan vijf jaar bewaart. Het bezwaar werd deels gegrond verklaard en het aantal verzekerde jaren werd verhoogd tot 8,167, vanaf begin 1987.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij alles redelijkerwijs had gedaan om zijn verzekeringsjaren aan te tonen, maar de Raad oordeelde dat het ontbreken van bewijsstukken voor de jaren vóór 1987 voor zijn risico blijft. De enkele stelling dat hij een WW-uitkering ontving werd niet als voldoende bewijs erkend.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het aantal verzekerde jaren blijft beperkt tot de periode vanaf 1987.