ECLI:NL:CRVB:2008:BD8625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk na whiplash
Appellante was sinds 1 april 1998 werkzaam als administratief medewerker en meldde zich op 15 april 2002 ziek vanwege whiplashklachten na een val. Zij vroeg in januari 2003 een WAO-uitkering aan, maar deze werd niet in behandeling genomen vanwege het ontbreken van een re-integratieplan. Na beëindiging van haar dienstverband in januari 2005 verzocht zij opnieuw om een WAO-uitkering vanaf april 2003.
Een medisch onderzoek door arts C. Tank concludeerde dat appellante niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was voor haar eigen werk. Het UWV weigerde daarom de uitkering, en deze beslissing werd door de rechtbank bevestigd. In hoger beroep betwistte appellante de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek, maar zij overlegde geen ondersteunende verklaringen.
De Raad stelde vast dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, mede op basis van informatie van diverse specialisten en de bedrijfsarts. Er waren slechts lichte nekafwijkingen en tintelingen in twee vingers, zonder ernstige medische beperkingen. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat appellante haar eigen werk, dat lichte belasting kent, voor het verstrijken van de wachttijd weer kon verrichten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht de WAO-uitkering had geweigerd en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J.F. Bandringa op 8 juli 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante haar eigen werk kon verrichten.