ECLI:NL:CRVB:2008:BD8636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt terugvordering onverschuldigd betaalde AOW-toeslag
Appellant ontving vanaf juni 2000 een AOW-pensioen met toeslag, gebaseerd op de aanname dat zijn echtgenote geen inkomsten had. In 2005 bleek via de Belastingdienst dat de echtgenote wel inkomsten had tussen juni 2000 en december 2004. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag daarop de toeslag en vorderde € 6.446,60 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar ging buiten de omvang van het geding door het herzieningsbesluit te beoordelen. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat het bestreden besluit alleen de terugvordering betrof. De Raad stelt vast dat het herzieningsbesluit rechtens onaantastbaar is omdat daartegen geen bezwaar is gemaakt.
De Raad bevestigt dat de terugvordering terecht is op grond van artikel 24 AOW Pro, en dat geen dringende redenen zijn aangevoerd om hiervan af te zien. Het maandelijkse verrekeningsbedrag van € 181,-- is niet betwist. Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant krijgt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de terugvordering van de onverschuldigd betaalde toeslag wordt ongegrond verklaard.