ECLI:NL:CRVB:2008:BD8761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om een WAO-uitkering te weigeren op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank had het besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de geschiktheid van de geselecteerde functies, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betoogt appellant dat zijn belastbaarheid door het UWV onderschat is en dat hij de werkzaamheden van de geselecteerde functies niet kan verrichten. Hij overlegt een rapportage van een verzekeringsarts ter ondersteuning.
De Raad stelt vast dat het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig en goed gemotiveerd is uitgevoerd. De bezwaarverzekeringsarts heeft op basis van dossieronderzoek en overleg met behandelaars geen aanleiding gevonden om de beperkingen anders vast te stellen dan eerder gedaan. Ook de kritiek van appellant wordt door de Raad niet gevolgd vanwege het ontbreken van objectief-medische gegevens die zijn stelling ondersteunen.
De Raad sluit zich aan bij de rechtbank dat de geselecteerde functies passend zijn voor appellant. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.