ECLI:NL:CRVB:2008:BD8780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid
Appellante, die sinds 2000 wegens vermoeidheidsklachten arbeidsongeschikt was, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Vanaf 2003 werd zij voor 16 tot 20 uur arbeidsgeschikt geacht, waarna haar uitkering werd herzien. In 2005 beëindigde het UWV haar WAO-uitkering, stellende dat zij geschikt was voor maatgevende en gangbare arbeid. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij niet voltijds kon werken, onderbouwd met een rapport van een neuropsycholoog.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en dat appellante geschikt was voor de geselecteerde functies zonder urenbeperking. In hoger beroep betoogde appellante dat haar belastbaarheid beperkt was tot maximaal 25 uur per week, maar de Raad hechtte minder waarde aan het neuropsychologisch rapport vanwege het tijdstip van het onderzoek en zwangerschap van appellante.
De Raad concludeerde dat er geen aanwijzingen waren dat appellante niet voltijds kon werken en dat het UWV-onderzoek niet in strijd was met het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt wordt geacht voor maatgevende arbeid zonder urenbeperking.