ECLI:NL:CRVB:2008:BD8788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering met voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, die sinds 1988 arbeidsongeschikt is wegens diverse klachten waaronder overgevoeligheid en hepatitis B, ontving een WAO-uitkering die in 2005 werd herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen groter zijn dan aangenomen, met name vanwege rugklachten, cysten en psychische klachten.
De Raad concludeert dat het UWV de beperkingen van appellant niet heeft onderschat, mede gelet op medische rapporten en de functionele mogelijkhedenlijst. Psychische klachten die appellant thans heeft, zijn niet relevant voor de beoordeling op de datum van het besluit. Wel oordeelt de Raad dat het bestreden besluit pas in hoger beroep voldoende arbeidskundig is gemotiveerd, waardoor het besluit en de uitspraak van de rechtbank wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro vernietigd worden.
De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter ongewijzigd. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.