ECLI:NL:CRVB:2008:BD8938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100% naar 65-80%, omdat zij meende dat haar beperkingen te laag waren ingeschat en de functies die haar werden toegerekend niet passend waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep werd aangevoerd dat de medische beoordeling onvoldoende was en dat het CBBS-systeem onvoldoende transparant en toetsbaar was. Tijdens de zitting op 17 juni 2008 heeft appellante deze laatste beroepsgrond niet meer gehandhaafd.
De Raad overwoog dat de drie functies die ten grondslag lagen aan de herziening (boekhouder/beginnend loonadministrateur, productiemedewerker textiel en assistent consultatiebureau) medisch gezien passend waren. De bezwaararbeidskundige rapportages en de toelichting van het UWV boden een voldoende inzichtelijke en toetsbare motivatie. Er waren geen nieuwe medische stukken die een andere beoordeling rechtvaardigden, zodat geen nader deskundigenonderzoek nodig was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen grond om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond.