ECLI:NL:CRVB:2008:BD8941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, die sinds 1991 als plaatwerker/spuiter werkte, stopte in 1994 vanwege rugklachten. Het UWV kende hem vanaf 1995 een WAO-uitkering toe van 25-35% arbeidsongeschiktheid. In 2005 trok het UWV de uitkering in omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 15-25%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond, omdat de medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende was. Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onzorgvuldig was, met onvoldoende aandacht voor zijn klachten, en verzocht om een onafhankelijk deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de belastbaarheid van appellant niet werd overschat. Er was geen aanleiding voor nader deskundigenonderzoek. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van het UWV.
De Raad nam mee dat appellant sinds lange tijd geen specialist of huisarts had bezocht en geen medicatie gebruikte. Ook de aanvullende stukken die appellant inbracht gaven geen nieuwe inzichten over zijn gezondheidstoestand op de relevante datum. De Raad zag geen grond om af te wijken van het oordeel van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid en verklaart het hoger beroep ongegrond.