ECLI:NL:CRVB:2008:BD8960
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant stelde hoger beroep in tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het Uwv, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd teruggebracht van 80-100% naar 15-25%. Het Uwv baseerde dit op een medische en arbeidskundige beoordeling die stelde dat appellant weliswaar beperkingen ondervond, maar geschikt was voor bepaalde functies met een beperkte loonwaarde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en appellant de functies kon vervullen. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, onder andere dat zijn beperkingen werden onderschat, mede doordat hij in een revalidatiekliniek was behandeld en medicijnen gebruikte die zijn rijvaardigheid beïnvloeden.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en juist was verricht en dat appellant geen nieuwe medische gegevens had ingebracht die twijfel konden zaaien over de beperkingen. De functies waarop de loonwaarde was gebaseerd, werden als passend beschouwd. De Raad vond geen reden om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.