ECLI:NL:CRVB:2008:BD8977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens niet-voltooide wachttijd
De zaak betreft het hoger beroep van de erven van betrokkene tegen de afwijzing van een WAO-uitkering door het UWV. Betrokkene had zich op 29 september 2000 ziek gemeld, maar het UWV stelde dat de vereiste wachttijd van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid niet was voldaan.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid over de periode van 29 september 2000 tot 29 september 2001 retrospectief moest plaatsvinden, waarbij het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 12 april 2005 leidend was.
De medische informatie, waaronder verklaringen van de huisarts, psycholoog en psychiater, toonde onvoldoende bewijs dat betrokkene in die periode daadwerkelijk arbeidsongeschikt was. De Raad acht de verklaring van de psycholoog onvoldoende gemotiveerd om van een andere conclusie uit te gaan.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is het besluit van het UWV gehandhaafd. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.