ECLI:NL:CRVB:2008:BD9276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning WW-uitkering en vaststelling dagloon op basis van werkweek
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het besluit tot toekenning van een WW-uitkering aan betrokkene vernietigde wegens onvoldoende feitenonderzoek.
Betrokkene stelde dat zijn WW-dagloon per 1 mei 2006 op basis van een volledige werkweek van 40 uur had moeten worden vastgesteld, onderbouwd met loonbetalingen en verklaringen van ex-collega’s. Het Uwv handhaafde het dagloon op € 50,32 gebaseerd op een 20-urige werkweek.
De Raad oordeelde dat het Uwv voldoende onderzoek had gedaan en dat de aanvullende informatie van de ex-werkgever het besluit bevestigde. Betrokkene kon zijn stelling niet met concreet en overtuigend bewijs onderbouwen, noch uit schriftelijke arbeidsovereenkomsten noch uit loonbetalingen of andere gegevens.
Gezien het faillissement van de onderneming en het ontbreken van bewijs dat betrokkene meer werkte of verdiende, concludeerde de Raad dat het beroep ongegrond is en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het WW-dagloon op basis van een 20-urige werkweek blijft gehandhaafd.