ECLI:NL:CRVB:2008:BD9282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K.J. Kraan
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van niet-verlenging RAP-status en reorganisatieontslag ambtenaar gemeente Amsterdam
Appellante was sinds 2001 werkzaam bij de gemeente Amsterdam en kreeg in het kader van een reorganisatie de RAP-status toegekend, waarmee zij gedurende een bemiddelingstermijn van een jaar naar een passende functie zou worden bemiddeld. Deze termijn kon met maximaal een jaar worden verlengd. Het dagelijks bestuur besloot de RAP-periode slechts tot 1 maart 2005 te verlengen en sprak ontslag uit toen herplaatsing niet was gerealiseerd.
In hoger beroep stond centraal of het bestuur terecht heeft besloten de bemiddelingstermijn niet verder te verlengen en het ontslag toe te passen. De Raad constateerde dat appellante weliswaar vervangende werkzaamheden verrichtte en sollicitaties deed, maar zich vooral richtte op open sollicitaties en niet op passende vacatures. Ook toonde zij zich niet bereid om een tijdelijke functie te aanvaarden die haar vaste aanstelling zou behouden.
De Raad oordeelde dat het bestuur voldoende inspanningen heeft geleverd om appellante te bemiddelen en dat haar opstelling het besluit tot niet-verlenging en ontslag rechtvaardigde. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-verlenging van de RAP-status en ontslag wordt bevestigd.