ECLI:NL:CRVB:2008:BD9370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het Uwv om haar WAO-uitkering in te trekken vanwege een vermeende vermindering van haar arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15% per 6 december 2004. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde het Uwv echter op 14 mei 2008 het bezwaar alsnog gegrond en handhaafde de arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% ongewijzigd.
Hierdoor is het geschil tussen partijen komen te vervallen, omdat het Uwv appellante tegemoet is gekomen en haar rechten heeft hersteld. De Raad oordeelt dat appellante geen procesbelang meer heeft bij een beslissing op het hoger beroep en verklaart het daarom niet-ontvankelijk.
De Raad veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep, begroot op in totaal € 966,-, en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht van € 142,-. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten met instemming van partijen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.