ECLI:NL:CRVB:2008:BD9544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens herstel arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als juridisch secretaresse, meldde zich ziek wegens enkel- en heupklachten na een val. Vanaf 23 mei 2005 ontving zij een Ziektewetuitkering. Een verzekeringsarts verklaarde haar per 14 november 2005 hersteld voor haar functie, waarna het Uwv het recht op ziekengeld beëindigde. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische bevindingen onvoldoende beperkingen voor het werk aantonen. De Raad onderschreef dit oordeel, wijzend op de consistentie van de medische rapporten en het ontbreken van ernstige psychische klachten die het werk verhinderen.
Een brief van een psychiater uit 2007 leverde geen nieuwe inzichten op die het oordeel konden wijzigen. De Raad zag geen aanleiding voor nader medisch onderzoek en bevestigde het bestreden besluit dat het recht op ziekengeld is komen te vervallen.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 augustus 2008.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd per 14 november 2005.