ECLI:NL:CRVB:2008:BD9547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering ondanks onvoldoende motivering
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Breda die het beroep van betrokkene tegen de weigering van een WAO-uitkering gegrond verklaarde. Betrokkene was niet verschenen bij de zitting, maar had verweer gevoerd.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard omdat het dossier geen aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en geen lijst met normaalwaarden inclusief interpretatiekader bevatte, waardoor de schatting van arbeidsmogelijkheden onvoldoende transparant en toetsbaar was. De Raad oordeelt echter dat het UWV met de in hoger beroep overgelegde arbeidskundige rapporten voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat de gehanteerde functies geschikt zijn voor betrokkene en dat het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedraagt.
Hoewel het bestreden besluit een onvoldoende draagkrachtige motivering bevat en daarom vernietigd wordt wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, laat de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.