ECLI:NL:CRVB:2008:BD9569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAJONG-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige motivering
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAJONG-uitkering per 12 februari 2005 te beëindigen, omdat haar arbeidsongeschiktheid was verminderd van 80-100% naar minder dan 25%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat de functies waarop de schatting van belastbaarheid is gebaseerd, ook daadwerkelijk geschikt zijn voor appellante.
Hoewel de medische beperkingen van appellante door het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zijn erkend, ontbreekt een voldoende toetsbare arbeidskundige onderbouwing. Hierdoor voldoet het besluit niet aan het motiveringsvereiste van artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuwe beslissing te nemen.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante, inclusief vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door R.C. Stam en uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2008.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAJONG-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.