ECLI:NL:CRVB:2008:BD9569

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 augustus 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-5823 Wajong
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:12 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsvoorziening jongehandicapten (WAJONG)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit intrekking WAJONG-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige motivering

Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAJONG-uitkering per 12 februari 2005 te beëindigen, omdat haar arbeidsongeschiktheid was verminderd van 80-100% naar minder dan 25%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat de functies waarop de schatting van belastbaarheid is gebaseerd, ook daadwerkelijk geschikt zijn voor appellante.

Hoewel de medische beperkingen van appellante door het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zijn erkend, ontbreekt een voldoende toetsbare arbeidskundige onderbouwing. Hierdoor voldoet het besluit niet aan het motiveringsvereiste van artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuwe beslissing te nemen.

Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante, inclusief vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door R.C. Stam en uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2008.

Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAJONG-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.

Uitspraak

06/5823 Wajong
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Naam appellante], wonende te [woonplaats] (hierna appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 augustus 2006, 05/285,
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna:Uwv).
Datum uitspraak: 1 augustus 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante is mr. M. de Miranda, advocaat te Amsterdam, in hoger beroep gekomen.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting vond plaats op 20 juni 2008. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. De Miranda. Namens het Uwv is verschenen mr. M.H.A.H. Smithuijsen.
II. OVERWEGINGEN
1. Het inleidend beroep richt zich tegen het ter uitvoering van de Wet op de arbeids-ongeschiktheidsvoorziening jongehandicapten (WAJONG) op 28 december 2004 door het Uwv genomen besluit. Dat besluit strekt tot de herroeping van het besluit van 30 januari 2004, in zoverre, dat de WAJONG-uitkering van appellante per 12 februari 2005 (in plaats van 1 maart 2004) wordt beëindigd. Hieraan ligt ten grondslag dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante is afgenomen van 80-100% naar minder dan 25%.
2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
3. De Raad gaat uit van de feiten zoals de rechtbank deze aan haar uitspraak ten grondslag heeft gelegd en waarvan partijen de juistheid niet hebben bestreden.
4.1. Met de rechtbank en op de door haar in de aangevallen uitspraak uiteengezette gronden, is de Raad van oordeel dat appellante niet kan worden gevolgd in haar beroepsgrond dat het Uwv in zijn besluitvorming is uitgegaan van een te hoge belast-baarheid. Voor appellantes pijnsensaties is geen medische verklaring gevonden. Bij verzekeringsgeneeskundig onderzoek is er van uitgegaan dat appellante door ziekte of gebrek beperkingen heeft voor het verrichten van arbeid. Aan de op verzoek van appellante door de bedrijfsarts M.J. van Til uitgebrachte rapportage kan de Raad onvoldoende aanknopingspunten ontlenen dat het Uwv bij zijn besluitvorming haar medische arbeidsbeperkingen heeft onderschat.
4.2. Een voldoende inzichtelijke en toetsbare arbeidskundige toelichting dat de als grondslag voor de schatting gebruikte functies, ook werkelijk geschikt zijn te achten voor appellante, ontbreekt, naar appellante terecht heeft aangevoerd, onder de stukken. Het bestreden besluit mist een voldoende draagkrachtige motivering en dient wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd. De aangevallen uitspraak kan geen stand houden. Het Uwv zal worden opgedragen een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar van appellante.
5. De Raad ziet tevens aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten van appellante wegens de haar verleende rechtsbijstand begroot op € 805,- voor het geding in eerste aanleg, en € 644,- voor het geding in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het inleidende beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;
Bepaalt dat de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing neemt op het bezwaar van appellante;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag groot € 1.449,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan betrokkene het griffierecht van € 142,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.W.A. Schimmel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2008.
(get.) R.C. Stam.
(get.) M.W.A. Schimmel.
BP