ECLI:NL:CRVB:2008:BD9646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- T. Hoogenboom
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellante, voormalig schoonmaakster, ontving een WAO-uitkering wegens rugklachten. Na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek stelde het UWV dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg en trok de uitkering in. Zowel in bezwaar als bij de rechtbank werd dit besluit gehandhaafd. In hoger beroep betoogde appellante dat haar medische beperkingen en de geschiktheid van functies onvoldoende waren erkend en gemotiveerd.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld, mede omdat appellante geen aanvullende medische stukken had overgelegd. Wel concludeerde de Raad dat de arbeidskundige onderbouwing van het besluit onvoldoende was, met name omdat de geschiktheid van de functie productiemedewerker industrie (sbc-code 111180) niet overtuigend was gemotiveerd. De Raad stelde vast dat de overige functies een verdiencapaciteit opleverden die een arbeidsongeschiktheid van meer dan 15% rechtvaardigen.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en beval het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.