ECLI:NL:CRVB:2008:BD9751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, voormalig verkoopster, viel in 1989 uit wegens darmklachten en ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65%. Na herbeoordeling door arbeidsdeskundigen en verzekeringsartsen concludeerde het UWV dat er geen sprake was van een urenbeperking en dat het verlies aan verdienvermogen nihil was, wat leidde tot intrekking van de uitkering per 27 maart 2005.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, waarbij de medische en arbeidskundige grondslagen werden onderschreven. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege haar ziekte primaire scleroserende cholangitis wel degelijk urenbeperkingen had, en dat sommige gebruikte productiefuncties niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische gegevens geen aanleiding gaven voor een ander oordeel dan de rechtbank en dat de gebruikte functies adequaat waren, mede omdat regelmatige toiletgang mogelijk was en de werkzaamheden niet door een lopende band werden gestuurd. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.