ECLI:NL:CRVB:2008:BD9822

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 augustus 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/2397 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • G.J.H. Doornewaard
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming bezwaren door UWV met kostenveroordeling

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WAO-uitkering. Tijdens de procedure nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar waarin geheel aan de bezwaren van appellante werd tegemoetgekomen. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in.

De Raad stelde vast dat het UWV geen verweerschrift had ingediend en dat het verzoek tot kostenvergoeding gegrond was. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken, waaronder kosten voor rechtsbijstand, medische informatie en een externe verzekeringsarts.

Daarnaast werd het griffierecht vergoed en werd verwezen naar de gebruikelijke wijze van vergoeding van wettelijke rente over de vertraagde WAO-uitkering. De uitspraak werd gedaan door rechter G.J.H. Doornewaard en uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2008.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.003,70 aan proceskosten aan appellante.

Uitspraak

06/2397 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:73a en artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[naam appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 maart 2006, 04/5646 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 8 augustus 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.H.J. van Geffen, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 21 april 2008 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 24 april 2008 heeft mr. Van Geffen, voornoemd, namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1. Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
2. De Raad stelt vast dat met de nieuwe beslissing op bezwaar van 21 april 2008 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen en dat het Uwv heeft afgezien van het voeren van verweer met betrekking tot de door appellante opgevoerde proceskosten.
3. De Raad ziet dan ook aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten in hoger beroep worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand, € 37,70 voor medische informatie van huisarts P. Swart, € 44,- voor medische informatie van internist dr. P.S. van Dam en € 600,- voor de kosten van de namens betrokkene geconsulteerde externe verzekeringsarts mr. W.M. van der Boog.
4. De proceskosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand alsmede het betaalde griffierecht in de procedure in beroep - waarvan appellante in hoger beroep vergoeding heeft gevraagd - dienen reeds op grond van de aangevallen uitspraak te worden vergoed.
5. Aangezien in hoger beroep een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, dient het bedrag aan proceskosten te worden betaald aan de griffier van de Raad.
6. Wat de met de vertraagde uitbetaling van de WAO-uitkering verband houdende wettelijke rente betreft, gaat de Raad ervan uit dat die schade aan appellante wordt vergoed op de inmiddels gebruikelijke wijze.
7. Voor vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.003,70, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Lochs als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2008.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) M. Lochs.
RB