ECLI:NL:CRVB:2008:BD9830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep na intrekking WAO-uitkering en toekenning proceskosten
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering per 15 maart 2004. Na diverse medische onderzoeken, waaronder een aanvullend onderzoek door psychiater Habekotté, nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar waarbij zij appellante als 55-65% arbeidsongeschikt vanaf 1 november 2003 beschouwde. Hiermee kwam het UWV tegemoet aan de wensen van appellante.
Naar aanleiding hiervan gaf appellante aan zich te kunnen vinden in het gewijzigde standpunt van het UWV en verzocht zij de Raad om het UWV te veroordelen in haar proceskosten. De Centrale Raad van Beroep constateerde dat er geen geschil meer bestond tussen partijen, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan procesbelang.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten van appellante, begroot op €1.288,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep. Een verzoek tot vergoeding van kosten voor de medisch adviseur werd afgewezen wegens onvoldoende specificatie. Tevens werd het betaalde griffierecht van €139,- aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV tegemoet is gekomen aan de wens van appellante, waardoor het procesbelang vervalt.