ECLI:NL:CRVB:2008:BD9903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en weigering ziekengeld bij WAO-uitkering
Appellante, met een WAO-uitkering in de arbeidsongeschiktheidsklasse 35 tot 45%, meldde zich ziek met rugklachten en slapeloosheid. Het Uwv stelde na medisch onderzoek vast dat haar beperkingen niet waren toegenomen en weigerde ziekengeld. De rechtbank vernietigde eerdere besluiten vanwege gebreken in de arbeidskundige onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen intact.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen waren toegenomen en betwijfelde zij de deskundigheid van de artsen. De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat er geen aanwijzingen waren voor meer beperkingen dan vastgesteld. Ook de functies die zij geacht werd te kunnen verrichten waren passend, ondanks haar medicijngebruik.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het laatste besluit van het Uwv ongegrond. De Raad zag geen reden om een deskundige te benoemen of het besluit te wijzigen. Daarmee blijft de arbeidsongeschiktheidsklasse ongewijzigd en wordt het ziekengeld geweigerd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering van ziekengeld wordt ongegrond verklaard en de arbeidsongeschiktheidsklasse blijft ongewijzigd.