ECLI:NL:CRVB:2008:BD9993

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-2023 WW-VV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • M.A. Hoogeveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 7:10 AwbArt. 19 BeroepswetArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep tegen UWV-besluit WW-uitkering

Verzoeker kreeg op 8 maart 2006 een WW-uitkering met een korting van 35% gedurende 26 weken. Zowel verzoeker als zijn werkgever maakten bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde deze bezwaren ongegrond op 20 oktober 2006. De rechtbank vernietigde dit besluit op 28 augustus 2007 en beval het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Verzoeker stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.

Omdat het UWV geen nieuw besluit nam, vroeg verzoeker op 8 februari 2008 bij de rechtbank om een voorlopige voorziening om het UWV te dwingen alsnog een nieuw besluit te nemen. De rechtbank stuurde dit verzoek door aan de Centrale Raad van Beroep. De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep van verzoeker schorsende werking heeft, waardoor het UWV niet verplicht is uitvoering te geven aan de opdracht van de rechtbank zolang het hoger beroep loopt.

Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 30 juni 2008 gedaan door M.A. Hoogeveen, in aanwezigheid van griffier S.H. Peper.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het hoger beroep schorsende werking heeft.

Uitspraak

08/2023 WW-VV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
U I T S P R A A K
inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet van:
[Naam verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
in verband met het hoger beroep van:
verzoeker
tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 28 augustus 2007, 06/1400 en 06/1450 (hierna: aangevallen uitspraak),
in de gedingen tussen:
verzoeker
en
1)de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv) en
2) het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht (hierna: werkgever).
Datum uitspraak: 30 juni 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft G.H. Groeneveld, juridisch adviseur te Maassluis, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Gemachtigde voornoemd heeft namens verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is behandeling van dit verzoek op een zitting achterwege gebleven.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 8 maart 2006 is aan verzoeker een WW-uitkering toegekend onder toepassing van een maatregel inhoudende een korting op de WW-uitkering van 35 % gedurende 26 weken. Daartegen hebben verzoeker en de werkgever van verzoeker bezwaar gemaakt. Bij besluit van 20 oktober 2006 heeft het Uwv de bezwaren ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft bij uitspraak van 28 augustus 2007 - voor zover hier van belang - het beroep tegen het besluit van 20 oktober 2006 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het Uwv opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld.
3. Verzoeker heeft wegens het uitblijven van een nieuw besluit op bezwaar de rechtbank bij brief van 8 februari 2008 verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening uitspraak te doen en het Uwv op te dragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. De rechtbank heeft bij brief van 29 februari 2008 het verzoek om voorlopige voorziening aan de Raad doorgezonden. Op 11 april 2008 heeft het Uwv desgevraagd aan de Raad meegedeeld dat nog geen nieuw besluit op bezwaar is genomen.
4. De voorzieningenrechter overweegt het volgende.
4.1. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een besluit waartegen hoger beroep bij de Raad is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4.2. Verzoeker heeft daartoe aangevoerd dat de termijn voor het nemen van een nieuw besluit op bezwaar ruimschoots is verstreken en heeft de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening het Uwv op te dragen om op korte termijn een besluit op bezwaar te nemen ter uitvoering van de aangevallen uitspraak. Het Uwv heeft er met nadruk op gewezen dat met het hoger beroep van verzoeker de werking van de uitspraak van de rechtbank van 28 augustus 2007 op grond van artikel 19, Bijlage C en onder 4, van de Beroepswet is geschorst.
4.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het Uwv terecht heeft gesteld dat het door verzoeker ingestelde hoger beroep ingevolge artikel 19, Bijlage C en onder 4, van de Beroepswet schorsende werking heeft. Gelet hierop was het Uwv niet gehouden om met inachtneming van artikel 7:10 van Pro de Awb uitvoering te geven aan de in de aangevallen uitspraak gegeven opdracht tot het nemen van een nieuw besluit op bezwaar.
4.4. Het vorenstaande leidt ertoe dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen onder toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb dient te worden afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling op grond van 8:75 van de Awb acht de voorzieningenrechter geen termen aanwezig.
III. BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Awb af.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S.H. Peper als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2008.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) S.H. Peper.
JvS