ECLI:NL:CRVB:2008:BE0007

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 augustus 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-2922 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en proceskostenveroordeling

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo inzake een WAO-zaak. Het UWV diende een nieuwe beslissing op bezwaar in die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten en wettelijke rente over de na te betalen uitkering.

De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het beroep terecht werd ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan de bezwaren had voldaan. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet kon de Raad het UWV veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken.

De proceskosten werden begroot op €488,- voor de verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten met toestemming van partijen.

De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst en griffier R.L. Rijnen op 6 augustus 2008.

Uitkomst: Het hoger beroep werd ingetrokken na tegemoetkoming door het UWV en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.

Uitspraak

06/2922 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Naam appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 11 april 2006, 05/436 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 6 augustus 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. H.J.A. Aerts, werkzaam bij advocatenkantoor Delescen en Scheers te Utrecht, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend met daarbij gevoegd een nieuwe beslissing op het bezwaar gedateerd 20 juni 2006.
Op verzoek van de Raad heeft mr. Aerts hierop een reactie gegeven.
Bij brief van 8 februari 2008 heeft de Raad nog een nadere vraagstelling aan het Uwv gericht.
In reactie op deze brief heeft het Uwv op 4 april 2008 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 22 april 2008 heeft mr. Aerts namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten en in de wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
Bij brief van 6 juni 2008 heeft het Uwv de Raad meegedeeld akkoord te gaan met een veroordeling in de proceskosten conform het Besluit Proceskosten bestuursrecht.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
1.2. Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
1.3. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
1.4. De Raad stelt vast dat de gemachtigde van appellante het hoger beroep heeft ingetrokken aangezien het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 4 april 2008 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
1.5. De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop de rente dient te worden berekend, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van
1 november 1995, gepubliceerd in JB 1995, 314.
1.6. De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten, begroot op € 488,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. De proceskosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand in beroep alsmede de in verband met die procedure gemaakte reiskosten en het betaalde griffierecht dienen reeds op grond van de aangevallen uitspraak te worden vergoed.
1.7. Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in hoger beroep kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de renteschade als hiervoor is aangegeven;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 488,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2008.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) R.L. Rijnen.
TM