ECLI:NL:CRVB:2008:BE0025
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WAO-uitkering, welke door het UWV werd geweigerd op grond dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond vanwege een onjuiste berekening van het maatmaninkomen, waarbij fooien en commissies niet waren meegenomen. Het UWV nam daarop een nieuw besluit waarin het maatmaninkomen werd aangepast, maar het arbeidsongeschiktheidspercentage bleef onder de 15%.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen onderschat waren en dat ook inkomsten na de eerste arbeidsongeschiktheidsdag bij de berekening van het maatmaninkomen betrokken moesten worden. De Raad oordeelde dat het UWV de beperkingen zorgvuldig had vastgesteld en dat de hoofdregel geldt dat het maatmaninkomen wordt gebaseerd op het loon en inkomsten vóór de eerste arbeidsongeschiktheidsdag. De hogere inkomsten in het hoogseizoen na deze datum waren speculatief en mochten niet worden meegeteld.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en het UWV dat het maatmaninkomen juist was vastgesteld en dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante onder de 15% bleef. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering bevestigd.