ECLI:NL:CRVB:2008:BE0041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening Ziektewet-uitkering wegens hernia
Appellant, laatstelijk werkzaam als polyesterbewerker, kreeg na een ernstig verkeersongeval in 2002 een Ziektewet-uitkering toegekend. Een besluit van 23 augustus 2002 weigerde verdere uitkering omdat appellant niet meer ongeschikt was tot arbeid. Dit besluit werd onherroepelijk.
In 2005 verzocht appellant het UWV om terug te komen op dit besluit, met als nieuw feit de vastgestelde hernia in 2004, die volgens appellant verband hield met het ongeval. Het UWV wees dit verzoek af, en ook het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep stelde appellant dat de rugklachten al bestonden ten tijde van het eerdere besluit, maar de Raad oordeelde dat het UWV terecht het nieuwe medische feit (hernia) erkende, maar dat dit geen aanleiding gaf tot herziening. De medische beoordeling concludeerde dat de hernia waarschijnlijk niet bestond op het moment van het eerdere besluit en dat de arbeidsongeschiktheid niet aannemelijk was.
De Raad bevestigde dat het bestuursorgaan het oorspronkelijke besluit mag heroverwegen, maar dat de rechter zich moet beperken tot de vraag of er nieuwe feiten zijn die herziening rechtvaardigen. De Raad zag geen reden om het besluit van het UWV te vernietigen en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van het Ziektewet-besluit wegens een hernia als nieuw feit zonder aanleiding tot herziening.