ECLI:NL:CRVB:2008:BE0065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Betrokkene, laatst werkzaam als inpakster, viel in november 2000 uit wegens depressieve klachten en ontving vanaf november 2001 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid, met toeslag sinds augustus 2002.
Appellant trok bij besluit van juli 2005 de WAO-uitkering en toeslag per september 2005 in, wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende inzichtelijk, verifieerbaar en toetsbaar was, met name voor vier van de zes functies die het CBBS-systeem selecteerde.
In hoger beroep stelde appellant dat het aangepaste CBBS-systeem sinds 1 juli 2005 voldoet aan de door de Raad geuite kritiek en dat de nadere motivering in beroep aan de eisen voldoet. De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering, maar dat de rechtsgevolgen van het besluit met toepassing van artikel 8:72 Awb Pro in stand blijven.
De uitspraak bevestigt dat de intrekking van de WAO-uitkering onvoldoende was onderbouwd, maar dat de gevolgen van het besluit gehandhaafd blijven vanwege de verbeterde motivering in hoger beroep.
Uitkomst: De vernietiging van de intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.