ECLI:NL:CRVB:2008:BE0077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering en toewijzing proceskosten
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, in te trekken per 21 januari 2004. Dit bezwaar werd aanvankelijk gegrond verklaard, maar later trok het UWV het besluit in en nam een nieuw besluit tot intrekking per 1 april 2006. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit laatste besluit ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat het besluit onterecht is en verzoekt zij om schadevergoeding en proceskostenvergoeding. Het UWV komt met een gewijzigd standpunt en erkent dat de uitkering ten onrechte is ingetrokken, waardoor het besluit wordt vernietigd. De Raad oordeelt dat appellant belang behoudt bij het hoger beroep vanwege het verzoek om schadevergoeding.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak voor zover deze het beroep ongegrond verklaarde. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Het griffierecht wordt eveneens aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.